Als eigenaar van een agrarisch bedrijf zit je waarschijnlijk niet te wachten op bureaucratische rompslomp, vergunningen inbegrepen. Je besteedt je tijd liever aan je bedrijf, je energievoorziening en keuzes die je onderneming daadwerkelijk vooruithelpen.
Maar als je een kleine windmolen wilt plaatsen om een deel van je energie zelf op te wekken, bepaalt het vergunningstraject uiteindelijk of je project door kan gaan.
In onze ervaring kan dat proces verwarrend zijn, omdat er niet één set regels is die alles bepaalt. De landelijke technische eisen gelden in heel Nederland, terwijl lokale regels bepalen wat er op jouw specifieke locatie mogelijk is. Een project dat in de ene gemeente kan, kan in een andere gemeente dus aan heel andere voorwaarden moeten voldoen.
In deze gids leggen we uit wanneer je een vergunning nodig hebt, waar lokale regels een rol spelen en hoe het aanvraagproces verloopt, van de eerste check tot het definitieve besluit.
De Ecoways-manier |
|
Bij Ecoways hoef je het vergunningstraject voor een EAZ-model niet zelf uit te zoeken. Wij bekijken welke regels op jouw locatie gelden, stemmen waar nodig af met de gemeente, verzamelen de benodigde technische documentatie en onderzoeken en bereiden de aanvraag voor. Zo zorgen we dat alle technische eisen en locatievoorwaarden samenkomen in één compleet traject en begeleiden we de aanvraag van begin tot eind. |
Technisch gezien wel, maar alleen in uitzonderlijke situaties.
Volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de landelijke regels voor de technische kwaliteit en veiligheid van bouwwerken, is voor een windmolen hoger dan 5 meter een vergunning nodig voor de technische bouwactiviteit.
Ook als je een windmolen kleiner dan 5 meter overweegt, moet je nog steeds controleren of je die op jouw specifieke locatie mag bouwen. Dat wordt bepaald door het omgevingsplan van je gemeente.
Voor de meeste agrarische bedrijven is een windmolen onder de 5 meter bovendien niet de meest praktische optie. Wil je met windenergie een betekenisvolle bijdrage leveren aan je elektriciteitsverbruik, dan kom je al snel uit bij een grotere molen met een hogere energieopbrengst. En dan wordt het vergunningstraject een vast onderdeel van het project.
| Goed om te weten: Bbl |
| Het Besluit bouwwerken leefomgeving bevat de landelijke technische en veiligheidsregels voor bouwwerken. Voor windmolens bepaalt het onder andere wanneer een vergunning voor de technische bouwactiviteit nodig is. |
Als je voor een kleine windmolen toestemming nodig hebt, moeten er in feite twee verschillende vragen worden beantwoord.
Overweeg je een EAZ-model van Ecoways, dan is de eerste vraag vrij eenvoudig te beantwoorden. Omdat de molen hoger is dan 5 meter, is een vergunning voor de technische bouwactiviteit nodig.
De tweede vraag verschilt veel sterker per locatie. Een gemeente kan kleine windmolens onder bepaalde voorwaarden toestaan, of er kan extra toestemming nodig zijn om van het omgevingsplan af te wijken.
Dat onderscheid is belangrijk. Een windmolen kan technisch volledig aan de regels voldoen en toch niet worden goedgekeurd voor een bepaalde locatie.
| Goed om te weten: omgevingsplan |
| Iedere gemeente heeft een omgevingsplan. Hierin staan de lokale regels voor wat op een specifieke locatie gebouwd of gedaan mag worden. |
Of je een kleine windmolen kunt plaatsen, hangt sterk af van je gemeente. Sommige gemeenten hebben specifiek beleid opgesteld waarin kleine windmolens onder bepaalde voorwaarden worden toegestaan. Andere gemeenten hanteren strengere regels of beoordelen aanvragen per project.
Dat een gemeente positief staat tegenover kleine windmolens betekent dus niet dat je er zomaar één kunt plaatsen. Bij een EAZ-model is vanwege de afmetingen technische toestemming nodig, terwijl de gemeente daarnaast beoordeelt of de gekozen locatie is toegestaan.
Er bestaat helaas geen landelijk ja/nee-overzicht waarin je in één keer kunt zien wat alle Nederlandse gemeenten toestaan. Het Omgevingsloket is daarom een goed startpunt. Daar kun je bekijken welke regels voor jouw locatie gelden. Controleer daarnaast of je gemeente eigen beleid voor kleine windmolens of een kansenkaart heeft.
Hollands Kroon is een goed voorbeeld. De gemeente stelde in 2025 specifiek beleid voor kleine windmolens vast, waarmee agrarische bedrijven in het buitengebied onder voorwaarden een kleine windmolen kunnen aanvragen. De gemeente bevestigt ook dat hiervoor een omgevingsvergunning nodig is.
Een project moet onder andere aan deze voorwaarden voldoen:
Bij de vergunningaanvraag vraagt Hollands Kroon daarnaast om onderbouwing zoals technische tekeningen, ecologische controles, een landschappelijke onderbouwing en een participatieplan waarin staat hoe omwonenden worden betrokken.
In het beleidskader uit 2025 staat dat kleine windmolens doorgaans niet rechtstreeks binnen het toen geldende omgevingsplan pasten. Voor zulke projecten beschrijft de gemeente daarom een route waarbij via een BOPA (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) toestemming kan worden gegeven om van het omgevingsplan af te wijken.
| Goed om te weten: BOPA |
| Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) maakt het mogelijk om toestemming te geven voor een project dat niet rechtstreeks binnen de regels van het huidige omgevingsplan past. |
Kort gezegd heeft Hollands Kroon in principe ruimte gecreëerd voor kleine windmolens, maar wordt bij iedere aanvraag nog steeds beoordeeld of het specifieke project aan de voorwaarden voldoet.
>>> Meer weten over waar je een kleine windmolen op je boerderij kunt plaatsen? Lees de gids
Het proces kan op het eerste gezicht ingewikkeld lijken, omdat zowel de technische kant als de locatie wordt beoordeeld. In de praktijk kun je vergunningplichtige activiteiten meestal binnen één verzoek via het Omgevingsloket indienen, in plaats van ze als twee volledig losse trajecten te behandelen. Het loket kan verschillende vergunningactiviteiten binnen één verzoek combineren.
Als je geïnteresseerd bent in een EAZ-model, hoef je het vergunningstraject niet zelf uit te zoeken.
Ecoways neemt het voortouw bij de aanvraag, en begeleidt het proces van begin tot eind. We zoeken uit welke regels op jouw locatie gelden, stemmen waar nodig vooraf af met de gemeente en verzamelen de technische documentatie en onderzoeken die voor de aanvraag nodig zijn. Ook zorgen we dat de technische eisen en locatievoorwaarden samenkomen in één complete aanvraag.
Bij een EAZ-model weten we bovendien vooraf dat er, vanwege de hoogte van de molen, een vergunning nodig is voor de technische bouwactiviteit. Wij zorgen dat de juiste technische documentatie daarvoor beschikbaar is en onderdeel wordt van de aanvraag. Welke documenten en onderzoeken daarbij een rol spelen, leggen we bij stap 3 verder uit.
Begin met de technische specificaties van de windmolen zelf.
Zoals we eerder al noemden, is voor windmolens hoger dan 5 meter een vergunning nodig voor de technische bouwactiviteit. Deze beoordeling is gebaseerd op de landelijke regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en kijkt naar de technische kwaliteit en veiligheid van de constructie.
In de praktijk betekent dit dat de technische documentatie van de windmolen beschikbaar moet zijn voor de aanvraag (zie stap 4 voor meer informatie).
Nu komt het deel dat het sterkst verschilt van boerderij tot boerderij: mag je op jouw locatie überhaupt een kleine windmolen plaatsen?
Begin bij het Omgevingsloket en controleer daarnaast of jouw gemeente eigen beleid voor kleine windmolens heeft.
Er zijn grofweg drie mogelijkheden:
Is het lokale beleid duidelijk en past jouw project daar netjes binnen, dan kan de route relatief rechttoe rechtaan zijn.
Is er geen specifiek beleid, is het omgevingsplan onduidelijk of is mogelijk een BOPA nodig? Dan kan vooroverleg met de gemeente een verstandige volgende stap zijn.
Tijdens zo'n gesprek bespreek je het project voordat de formele aanvraag wordt ingediend. Zo kunnen mogelijke knelpunten rond de locatie, het landschap, ecologie of andere lokale voorwaarden vroeg in het proces aan het licht komen.
Zodra duidelijk is welke route voor jouw project geldt, kun je de onderbouwing verzamelen.
Het helpt om de documenten in twee groepen te verdelen.
Voor het technische deel kunnen onder andere nodig zijn:
Voor de locatiekant kan de gemeente onder andere vragen om:
De precieze eisen verschillen per gemeente en project.
De Ecoways-manier |
| Kies je voor een EAZ-model, dan komt een groot deel van deze informatie al uit het ontwerp van de windmolen en het project. Je hoeft de technische documenten dus niet zelf op te stellen. |
Participatie hoort vooral bij de locatiekant van het proces.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning moet je aangeven of je de omgeving hebt betrokken en, als dat zo is, hoe je dat hebt gedaan en wat daaruit is gekomen. Participatie is niet automatisch verplicht voor iedere vergunningaanvraag, maar gemeenten kunnen dit voor bepaalde BOPA-aanvragen wel verplicht stellen.
In de praktijk zien we dat het verstandig is om omwonenden vroeg bij het project te betrekken. Door duidelijk uit te leggen wat je van plan bent, waar de windmolen komt te staan en wat mensen kunnen verwachten, kun je vragen en zorgen bespreken voordat deze later in het vergunningstraject tot bezwaren leiden.
Zijn de documenten compleet, dan kun je via het Omgevingsloket de omgevingsvergunning aanvragen.
Hier komen de twee kanten van het proces weer samen. Heb je toestemming nodig voor zowel de technische bouwactiviteit als voor de locatie, dan kunnen de betreffende vergunningactiviteiten via het loket binnen hetzelfde verzoek worden ingediend.
De officiële beslistermijn begint zodra de aanvraag is ontvangen.
De betrokken partijen beoordelen nu de verschillende onderdelen van het project.
Aan de technische kant wordt gekeken of de windmolen voldoet aan de geldende eisen uit het Bbl. Die technische beoordeling bepaalt niet of de locatie zelf geschikt of toegestaan is.
Aan de locatiekant wordt het project getoetst aan het omgevingsplan en andere toepasselijke regels. Past het voorstel niet binnen het omgevingsplan, dan kan de gemeente beoordelen of via een BOPA toestemming kan worden verleend.
Bij de reguliere procedure is de normale beslistermijn 8 weken. Deze kan eenmaal met maximaal 6 weken worden verlengd. Als formele instemming van een ander bestuursorgaan nodig is, geldt een termijn van 12 weken. Een BOPA volgt meestal ook de reguliere procedure.
Het volledige traject kan langer duren, omdat onderzoeken, vooroverleg en het voorbereiden van de aanvraag vóór of rondom die officiële beslistermijn plaatsvinden.
Zijn de benodigde vergunningen verleend, controleer het besluit dan goed voordat je de installatie plant.
In het besluit staat onder andere:
Bij de reguliere procedure treedt een omgevingsvergunning normaal gesproken in werking op de dag nadat het besluit bekend is gemaakt. Vanaf dat moment loopt ook een bezwaartermijn van zes weken. Er zijn uitzonderingen, dus controleer altijd de ingangsdatum die in jouw specifieke besluit staat.
Zodra de benodigde vergunningen van kracht zijn en alle vergunningsvoorwaarden in het project zijn verwerkt, kan de installatie van de windmolen beginnen.
Als je onderzoek doet naar een vergunning windmolen, zijn dit handige officiële startpunten. Sla deze pagina gerust op, zodat je de belangrijkste bronnen bij de hand hebt wanneer je ze nodig hebt.
Meestal wel. Voor een windmolen hoger dan 5 meter is een vergunning nodig voor de technische bouwactiviteit. Daarnaast moet je controleren of de voorgestelde locatie volgens het omgevingsplan van jouw gemeente is toegestaan.
Het vergunningstraject kijkt naar twee kanten: de technische bouwactiviteit, die betrekking heeft op de windmolen zelf, en de locatie, waarbij wordt bepaald of de molen op die specifieke plek mag worden geplaatst.
Begin bij het Omgevingsloket en controleer daarna of je gemeente eigen beleid voor kleine windmolens of een kansenkaart heeft. Er is op dit moment geen centraal landelijk overzicht voor alle gemeenten.
Bij de reguliere procedure is de officiële beslistermijn normaal gesproken 8 weken en kan deze met maximaal 6 weken worden verlengd. Het volledige traject kan langer duren als vooroverleg, ecologisch onderzoek, participatie of aanvullende documentatie nodig is.
Ja. Ecoways kan de lokale regels controleren, de benodigde technische en locatiegebonden documenten voorbereiden, waar nodig het vooroverleg coördineren en het vergunningstraject begeleiden als onderdeel van het complete windmolenproject.
Voor de meeste kleine windmolens komt toestemming neer op twee dingen: het project moet technisch aan de regels voldoen én geschikt zijn voor de voorgestelde locatie.
De technische kant wordt grotendeels bepaald door landelijke regels. Bij de locatie komen de gemeente, landschappelijke eisen en het lokale beleid in beeld.
Daarom is het verstandig om de vergunning vroeg in het project te onderzoeken. Een eerste check kan duidelijk maken of er een heldere route vooruit is, aanvullend onderzoek nodig is of een andere plek op het erf geschikter is.
Het goede nieuws is dat je dit proces niet zelf hoeft te managen. Ecoways kan de lokale regels controleren, de benodigde documenten voorbereiden, schakelen met de gemeente en de aanvraag in beweging houden. Zo nemen we een groot deel van het papierwerk en het heen-en-weer voor je uit handen.
Overweeg je een kleine windmolen voor je boerderij of bedrijf?
Neem contact met ons op, dan zoeken we samen uit wat er mogelijk is.