Deze klimaatwetenschapper koos voor een windmolen van Ecoways
Sinds 1988 roept klimaatwetenschapper Pier Vellinga wereldleiders, ondernemers en burgers op klimaatverandering serieus te nemen. De hoogleraar voegde daad bij woord: nu heeft hij met zijn vrouw Jans en de buren zelf een kleine windmolen bij hun historische boerderij. Een logische keuze, passend bij zijn wetenschappelijke inzichten en de geopolitieke gebeurtenissen.

Wie naar de dijk in Eck en Wiel gaat, op de fiets of met de auto, ziet hem af toe tussen de bomen. Houten wieken piepen even boven de dijk uit. Bijna valt de groene mast weg in het landschap aan de Nederrijn, maar de wieken draaien trots op het land van Huis te Wiel in de gemeente Buren. Hier staat de eerste Ecoways windmolen bij een particuliere woning, die van hoogleraar Klimaatverandering Pier Vellinga.
Voor hem gaat zijn werk verder dan gesprekken en conferenties over klimaatverandering, al heeft hij hier veel van gevoerd. Pier voelt de noodzaak ook daad bij woord voegen. En dat is nog niet zo gemakkelijk, als particulier. En toch, ‘de aanhouder winD’ in Buren.
Het is een feestelijke middag in maart 2026, op het veld achter de dijk. Vellinga, zijn vrouw Jans en hun buren ontvangen gasten van allerlei hoeken. Het collectief EcoBuren Energie komt, landbouwers en buurtgenoten, met of zonder bedrijf. De wind waait volop en dus draait de kleine windmolen vlijtig. Op een aantal meter ervandaan staat een kleurige parasol. Kleine glaasjes prosecco worden uitgedeeld en er zijn korte toespraken van zowel wethouder Martine de Bas van Buren als van Pier zelf. Even later haalt zijn vrouw Jans een bord tevoorschijn, ze onthult het door een doek eraf te trekken. Ze heeft de tekst van de canon ‘Vader Jacob’ erop herschreven en vraagt alle aanwezigen mee te zingen.
“Vier jaar duwen
Kijk hij staat
Alle wieken draaien
Wind in de maat.”
Met dit gezamenlijk zingen is de molen officieel geopend.
Woorden én daden
‘Putting your money where your mouth is’, zegt Vellinga, naar het Engelse spreekwoord. Dát wil hij hier doen, met de molen in zijn voortuin. “Als hoogleraar onderzoek ik sinds 1984, meer dan 40 jaar, klimaatverandering: wat staat ons te wachten en hoe kunnen we dat verminderen? Want klimaatverandering is een directe bedreiging. Hoe kunnen we dat beperken?”
De ene week geeft hij hoorcolleges op de Vrije Universiteit in Amsterdam, de week erna neemt hij studenten mee om ‘zoute landbouw’ met eigen ogen te zien op Terschelling. En eenmaal thuis: daar wil hij vooral onafhankelijk zijn van fossiele brandstoffen met een duurzame woning, goed geïsoleerd, met een van de eerste elektrische auto’s uit 2014 en nu hun eigen, zelf opgewekte, energie. “Hoe ernstig klimaatverandering ook is, het is ontzettend leuk om te kunnen werken met oplossingen. Ik wil zelf graag kunnen pionieren.”

Liever onafhankelijk
“Ik ben een boerenzoon uit Friesland. Mijn vader had zes zonen en een veeteeltbedrijf met veertig koeien. Toen ik opgroeide speelden zelfstandigheid en onafhankelijkheid een belangrijke een rol. In Nederland ging het over de boterberg.” In de jaren zestig ging het in heel Europa over de boterberg en melkplas, metaforen voor het overschot dat ontstond van bepaalde boerenproducten in Europa. Boerenbedrijven innoveerden in rap tempo, maar veel bedrijven kozen dezelfde producten, onder meer door subsidies.
“Die afhankelijkheid van overheidssubsidies voelde bij mijn vader niet goed. En hij gunde ons dat niet. Hij zei: ‘Je moet niet boer worden als je daarmee afhankelijk wordt van subsidies’ Mijn ouders hadden zes zonen en twee dochters. ‘Ik kan toch niet voor jullie allemaal een boerderij verdienen, maar ik kan wel voor jullie studies betalen.’ Zo gebeurde. Eén zoon met een diploma van Wageningen op zak heeft uiteindelijke de boerderij overgenomen en diens kleinzoon heeft die nu nog in beheer. Maar de andere kinderen hebben opleidingen gevolgd. Twee werden hoogleraar werden, twee dierenarts en ook de anderen ging het goed. Een dochter werd boer en kaasmaker in Frankrijk.
“Jonge boeren nu hebben te maken met dezelfde problemen door subsidies en beleid die eigenlijk verkeerd zijn. En ik kan me voorstellen dat ze daardoor nu rebels zijn. Zoals boeren die jarenlang van de Rabobank te horen kregen dat ze vooral moesten investeren en opschalen door gebruik van kunstmest, bestrijdingsmiddelen en veevoer. Daar komen de deskundigen nu enigszins van terug, want dat is geen duurzame oplossing.”
Vellinga wijst op het werk van Urgenda, waar hij lange tijd voorzitter was van het bestuur. “Urgenda zegt op basis van onderzoek: ‘We hebben meer boeren nodig. We hebben nodig dat ze meer biologisch werken en meer geld krijgen voor hun producten.’ Concurreren op de wereldmarkt is nagenoeg onmogelijk, want Nederland heeft zo ongeveer de hoogste lonen van de wereld en de duurste grond. Dat lukt dan alleen als je de grond uitput en de natuur om zeep helpt. Boeren zijn de meest geschikte beheerders van natuur en landschap wanneer ze zich richten op de productie van gezonde voeding in een gezond ecosysteem waarbij de overheid dat met beleid ondersteunt.”
Naar duurzame energie
Vellinga begon zijn wetenschappelijke carrière in 1976 in de kustwaterbouw: Hij schreef mee aan het Deltaplan, dat Nederland moet beschermen tegen de stijgende zeespiegel. “Toen las ik dat klimaatverandering betekent dat stormwering alleen maar urgenter wordt.” Langzaamaan verschoof zijn aandacht naar het probleem dat de stijgende zeespiegel veroorzaakt: hoe moeten we zorgen dat klimaatverandering, met gevolgen voor zeespiegel, maar ook voor leefbaarheid voor mens, dier en natuur, niet harder gaat, maar juist minder wordt?
“Het was voor mij de reden om in 1988 over te stappen naar het ministerie van VROM om daar met toenmalig minister Nijpels in 1989 de eerste wereldwijde klimaatconferentie voor regeringen te organiseren. In dat jaar was hij ook actief betrokken bij de oprichting van het IPCC, het wetenschappelijk klimaatpanel van de Verenigde Naties.” Dit IPCC ontving in 2007 samen met Al Gore de Nobelprijs voor de vrede voor hun inzet om meer kennis te verzamelen over klimaatverandering en aanzetten te geven deze tegen te houden. In 1991 werd hij hoogleraar Klimaatverandering en maatschappelijke implicaties aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
“Ik heb in mijn carrière veel weerstand opgeroepen door op basis van de wetenschap te zeggen: we moeten af van fossiele grondstoffen voor energie, we moeten naar duurzame energie. Het was tijd dat ik dit zelf ging doen.” Vellinga ziet dat technische ontwikkelingen steeds sneller gaan, waardoor kiezen voor zon- of windenergie eerder loont.
"We moeten af van fossiele grondstoffen voor energie, we moeten naar duurzame energie. Het was tijd dat ik dit zelf ging doen.”

Fossiele grondstoffen en geopolitiek
“Ik ben in de jaren zeventig opgevoed met de Club van Rome. Die riep toen al: het gebruik van fossiele grondstoffen is eindig. Toen was er ook al een trend gaande om zelfvoorzienend te willen zijn. Maatschappelijk is dat heel interessant, want hoe meer zelfvoorzienend je bent, hoe beter je ook je democratie kunt beschermen.”
“De oorlog die Rusland in 2022 startte met Oekraïne, had direct gevolgen voor energiekosten in Nederland. Ook de recente gebeurtenissen met Iran en de Verenigde Staten, laten zien dat als je land afhankelijk is van olie- en gasproducerende landen, je hele land kwetsbaar is.” De toelevering van die olie en gas kan dan worden verbonden aan bijvoorbeeld stemgedrag van het land in internationaal verband.
“Nederland voert veel energie in, in de vorm van olie en gas en dat kan leiden tot grote problemen. Wanneer door een politiek conflict of oorlog de levering stagneert of zelfs stopt, heeft dit direct gevolgen bij een tankstation, maar ook bij huishoudens te maken hebben met energiearmoede en ondernemers met een constante energiebehoefte. Geopolitiek heeft invloed, of we dit willen of niet.”
Vellinga ziet dat het boerenbedrijf flink ontwikkeld is sinds de tijd dat zijn vader melkveehouder was. Bedrijven hebben meer vee, maar ook veel meer apparaten. “Ook boeren worden direct geraakt door oorlog, en zij zitten al midden in een energietransitie. Zij voelen dit. Wanneer een melkveehouder geen stroom heeft, door bijvoorbeeld een conflict of een stroomstoring, heeft het bedrijf meteen een probleem. Die 100 tot 300 koeien worden met behulp van elektrische stroom, vaak met melkrobot gemolken. Als de stroom uitvalt kan de boer nooit al die koeien met de hand melken, ze worden dan meteen hartstikke ziek”.
"Geopolitiek heeft invloed, of we dit willen of niet.”
Tegelijk hebben boeren, dankzij subsidies en het beschikbare land nu wél de mogelijkheid hun energie in eigen hand te nemen, ziet Vellinga. “Er zijn voor boeren financiële prikkels beschikbaar om de transitie naar duurzame energievoorziening te maken. Dat is lang niet zo in andere sectoren waar ondernemers actief zijn. Wat mij betreft moet de overheid meer gaan doen om overstappen op duurzame energie gemakkelijker te maken, voor zowel het klimaat als voor de onafhankelijkheid. En het is mogelijk. Wind- en zonne-energie leveren al veel.”
“Nederland liep voorop in duurzaamheidsontwikkelingen, zonnepanelen zijn dankzij steeds betere technieken en de salderingsregeling heel normaal geworden, maar de laatste paar kabinetten hebben het erbij laten zitten. Nu zijn China en Spanje koplopers als het gaat om duurzame energie opwekken. Het huidige kabinet Jetten heeft nu kansen, door de crisis met Iran en de VS, om die crisis om te vormen tot een kans voor duurzame oplossingen.
Een Rijksmonument met molen
Pier en Jans Vellinga kochten met vrienden in 2006 een voormalig kasteelterrein in de Betuwe met daarop een Betuwse T-boerderij uit 1841, een Rijksmonument met eromheen een vijf hectaren land. Tot 1841 had hier een kasteel gestaan met slotgracht en ophaalbrug, Huis te Wiel. Genoemd naar het ‘Wiel’, een waterplas, nu een vijver, die aangeeft waar de dijk tussen 1630 en 1640 was doorgebroken. Samen met twee andere families stichtten Pier en Jans hier een nieuw landgoed. Binnen de slotgracht werd ruimte gemaakt voor nog twee woningen en de hectares eromheen werden opengesteld voor wandelaars.
Met landschapsarchitecten en bouwarchitecten werd het geheel ingericht met duurzaamheid als thema. Het bouwen ging met warmtepompen, vloer en wandverwarming, zonder gas. Later werden zonnepanelen toegevoegd. En nu zijn er elektrische auto’s. Binnen is het behaaglijk, op de koude vrijdag in maart. Door het raam naast het bureau in de ruime leefkeuken zoeven de wieken van de Ecoways EAZ-windmolen voorbij. Van slagschaduw of geluid is geen sprake.
Wanneer je op de weg naast de boerderij staat, valt de molen haast weg tussen de knotwilgen en het hoge riet. De natuurlijke kleuren van de EAZ-windmolen doen het lijken alsof de molen net zo historisch is als de boerderij.
Toen de Vellinga’s op deze plek kwamen wonen, waren zonnepanelen de eerste logische keuze om zelf energie op te wekken. “Maar zonnepanelen doen in de winter niet zoveel. Ik zag deze windmolens in Friesland en Groningen veel en vooral op boerenerven, voor particulieren nog best duur. Vanaf het begin wilden wij met de drie woningen op het terrein de opbrengst te delen. We hebben onze hypotheek opgehoogd om deze investering te kunnen doen. Ik zei: nu hebben we onze energierekening vooruitbetaald voor 20 jaar.”
"Nu hebben we onze energierekening vooruitbetaald voor 20 jaar.”

Complexe aankoop
De aanschaf en exploitatie met drie woningen is in dit geval complex. Waar steeds meer gemeenten in Nederland positief beleid hebben waarmee agrarische ondernemers binnen de regels een kleine windmolen of erfmolen kunnen plaatsen voor eigen energieopwek, zijn die er voor particulieren meestal niet. En dan willen deze particulieren, Vellinga en de eigenaren van de twee buurwoningen, de energie ook nog delen. “Het beleid maakt het vooralsnog moeilijk om te delen. Ik mag nu geen kabel naar mijn buren neerleggen, bijvoorbeeld. De fiscus vraagt je energiebelasting en BTW af te dragen als je energie aan een ander levert en wanneer je het afneemt, twee keer dus. Hier kan de overheid echt nog aan de slag om dit te vergemakkelijken.”
De energie van de molen gebruikt de familie Vellinga nu eerst zelf, voor de historische boerderij met koelcel en voor het opladen van de elektrische auto’s. “We onderzoeken nog op welke manier wij juridisch en technisch de productie van de kleine windmolen kunnen delen. Er zijn wellicht mogelijkheden gezien het collectieve eigendom van de grond en andere faciliteiten op het landgoed. “Het liefst zouden we gezamenlijk eigenaar zijn van de molen en de stroom vanaf de bron door drieën delen. We zijn een geval tegengekomen van collectieve energieopwekking en -deling achter de meter dat door de Hoge Raad is goed bevonden.”
"Het liefst zouden we gezamenlijk eigenaar zijn van de molen en de stroom vanaf de bron door drieën delen. We zijn een geval tegengekomen van collectieve energieopwekking en -deling achter de meter dat door de Hoge Raad is goed bevonden.”
Veel mensen hebben een negatieve associatie met windenergie, door het uiterlijk, geluid en slagschaduw van de grote windmolens. Dat was ook hier het geval: “In de gemeente Buren willen mensen heel graag het landschap behouden, dus plannen voor grotere windmolens kwamen er telkens niet door de raad. Het is een conservatieve houding waardoor de energietransitie wordt afgeremd. Die grotere molens zie je op 30 kilometer afstand, en ze veroorzaken slagschaduw. Maar in 2021 kwam er een voorstel van de energiecoöperatie eCoBuren. Dit werd verder ontwikkeld door de gemeente Buren als pilot voor 20 kleine windmolens waarbij naast agrariërs ook een clustertje woningen in de open ruimte een vergunning kunnen krijgen.
Toch heeft het nog een aantal jaren geduurd voordat Vellinga zijn molen kon plaatsen. Het persbericht van de gemeente benoemt ‘vertraging vanuit de provincie’ als een oorzaak. Met name vergunningverlening vanuit die overheid was lastig. Waar Ecoways gewoonlijk bij de gemeente een vergunning aanvraagt en een ecologisch adviesbureau vraagt om een ecologische quickscan te doen, om de beste plek voor planten en dieren in kaart te brengen, wilde de provincie Gelderland meer uitgebreide ecologische toetsen, zodat zo min mogelijk dieren, met name vleermuizen, last hebben van de molen. Pas toen die geheel afgerond waren, konden Vellinga en Ecoways van de gemeente de juiste vergunningen krijgen. Wethouder Martine de Bas vierde deze eerste erfmolen in Buren mee en overhandigde Pier en Jans een tegeltje met daarom een blauw-witte windmolen met de tekst: ‘De aanhouder winD’.
Pionier gaat verder
Nu de molen er staat, is pionier Vellinga nog niet klaar. “Op korte termijn moet ik er een batterij aan toevoegen om optimaal profijt te hebben van de molen en zonnepanelen. Ik zoek nu naar een tweedehands autobatterij. Die zijn voor ruim 5.000 euro te koop”.
Zo kan hij de stroom die vanuit de zonnepanelen en de EAZ-windmolen wordt opgewekt, opslaan op momenten dat de stroom niet gebruikt wordt en nu nog aan het net geleverd wordt. “Want eigen energie opwekken wordt pas echt rendabel als je het zelf gebruikt,” aldus Vellinga. Al doende gaat deze hoogleraar, samen met buren en medestanders verder, om niet alleen te praten over hoe het anders kan, maar dit zelf in de praktijk te brengen.
